De opzegtermijn (eenheidsstatuut)
Sinds 2014 gelden voor arbeiders en bedienden dezelfde termijnen. De opzeg door de werkgever hangt alleen af van de anciënniteit:
| Anciënniteit | Opzegtermijn |
|---|---|
| Minder dan 3 maanden | 1 week |
| 3 tot 6 maanden | 3 tot 5 weken |
| 6 maanden tot 2 jaar | 6 tot 11 weken |
| 2 jaar | 12 weken |
| 3 jaar | 13 weken |
| 4 jaar | 15 weken |
| 5 tot 19 jaar | 18 weken, daarna +3 weken per jaar |
| 20 tot 24 jaar | 62 weken, daarna +1 week per jaar |
| 25 jaar en meer | 67 weken, daarna +1 week per jaar |
De opzeggingsvergoeding
Als de werkgever de overeenkomst beëindigt zonder de opzeg te laten presteren, betaalt hij een vergoeding gelijk aan het loon voor de duur van de opzegtermijn. Daarin zitten ook voordelen zoals de dertiende maand en het vakantiegeld, wat neerkomt op ongeveer 13,92 maandlonen per jaar.
Voorbeeld
Na 7 jaar anciënniteit en met een brutoloon van 3.800 € per maand bedraagt de opzegtermijn 24 weken en de brutovergoeding ongeveer 24.400 €.